Nederlandse mkb-bedrijven hebben op papier meer geld in kas dan in jaren. Het eigen vermogen groeit, de liquide middelen stijgen, en toch gebeurt er iets vreemds: ondernemers laten die buffer liever staan dan dat ze hem investeren. Dat blijkt uit het jaarlijkse Branches in Zicht-onderzoek van accountantsorganisatie SRA, gebaseerd op 7.061 jaarrekeningen over 2025.
Het patroon is opvallend, want het staat haaks op wat je zou verwachten. Meer geld in kas betekent normaal gesproken meer ruimte om te groeien. Maar SRA-bestuurslid Pieter van der Kwaak ziet het tegenovergestelde gebeuren: bedrijven parkeren hun reserves en stellen investeringen uit, precies op het moment dat innovatie volgens hem het hardst nodig is.
Wat de cijfers laten zien
De omzet van het mkb steeg in 2025 met 6,4 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dat klinkt gezond, maar de winst groeide slechts 3,4 procent, minder dan de helft van dat tempo. Het verschil tussen omzet- en winstgroei zit in de kosten: personeel en inkoop werden duurder, en die stijging vreet de marge weg voordat er iets overblijft om in te investeren.
Ondernemers reageren daarop door minder te lenen. Ze bouwen hun eigen vermogen liever op uit ingehouden winst dan dat ze nieuwe financiering aantrekken. Dat klinkt voorzichtig en verstandig, en op de korte termijn is het dat ook. Bij veel andere bedrijven staat de buffer juist onder druk, dus wie hem wél op peil houdt, doet iets goed. Het probleem zit in wat er daarna niet gebeurt: het geld dat overblijft, verdwijnt niet in machines, personeel, digitalisering of nieuwe markten. Het blijft gewoon staan.
Waarom voorzichtigheid nu logisch aanvoelt
Van der Kwaak noemt een stapeling van redenen waarom ondernemers de rem erop houden. Personeelskrapte maakt uitbreiden lastig, netcongestie vertraagt fysieke groei, en de onrust in het Midden-Oosten zorgt voor onzekerheid over energie- en grondstofprijzen. Het kabinet trok in april 2026 nog bijna een miljard euro uit om de economische gevolgen daarvan te dempen, wat op zichzelf al laat zien hoe reëel die dreiging wordt ingeschat door Den Haag.
Daarbovenop komt inconsistent overheidsbeleid. Regelingen veranderen, subsidieplafonds raken binnen enkele minuten na opening uitgeput, en de spelregels voor volgend jaar zijn vaak nog niet duidelijk op het moment dat je nu een investeringsbeslissing moet nemen. Wie in die situatie zit, kiest voor zekerheid. Een volle bankrekening voelt veiliger dan een nieuwe productielijn waarvan je niet weet of hij zich terugbetaalt.
Het risico van stilstand
Toch is voorzichtigheid niet gratis. Voor het derde jaar op rij zag een groot deel van het kleinere mkb de winst dalen: in totaal 50 procent van alle Nederlandse mkb-bedrijven. In de vier grote steden is het beeld nog scherper. Daar had 55 procent van de bedrijven te maken met een winstdaling, en bij 31 procent van die bedrijven ging het om een daling van 50 procent of meer.
Landelijk lag het aandeel bedrijven met een winstdaling van 50 procent of meer op 24 procent. In de vier grote steden ligt dat cijfer dus ruim boven het gemiddelde. Dat verschil valt te verklaren uit hogere personeelskosten en huurprijzen in de stad, maar het effect is voor de ondernemer hetzelfde: minder ruimte om te schuiven, en dus een grotere verleiding om alles bij het oude te laten.
Dat is precies de groep die het zich het minst kan veroorloven om stil te blijven staan. Wie nu niet investeert in efficiëntie of nieuwe verdienmodellen, loopt het risico dat concurrenten die wel doorpakken een voorsprong opbouwen die later veel duurder wordt om terug te pakken. Steeds meer bedrijven zoeken inmiddels financiering buiten de bank om, juist omdat ze willen blijven bewegen terwijl anderen wachten op meer zekerheid.
Wat je met een volle buffer wel kunt doen
Een buffer aanhouden is op zichzelf geen fout, zolang je hem niet laat verworden tot een excuus om niets te doen. SRA baseert zijn cijfers op het BiZ-benchmarkplatform, dat inmiddels meer dan 500.000 jaarrekeningen bevat, verzameld rechtstreeks en anoniem vanuit de boekhoudsoftware van accountantskantoren. Die schaal maakt het mogelijk om je eigen cijfers naast die van vergelijkbare bedrijven in je branche te leggen, en dat is precies waar de meeste ondernemers hun beslissing op zouden moeten baseren in plaats van op een landelijk gemiddelde. Een paar stappen die weinig extra risico toevoegen:
- Benchmark tegen je eigen branche. De SRA-cijfers laten grote verschillen zien tussen sectoren en regio's. Weet waar jouw bedrijf staat voordat je conclusies trekt uit een landelijk gemiddelde.
- Investeer eerst in wat de marge direct raakt. Automatisering van administratie of inkoop levert vaak sneller resultaat op dan een grote uitbreiding, en het risico daarvan is kleiner.
- Knip grote beslissingen in kleinere stappen. Een pilot met één machine of één extra medewerker zegt meer over de werkelijke terugverdientijd dan een blauwdruk op papier.
- Reken met marge-druk van buitenaf. Ook bij aanhoudende internationale onrust zijn er manieren om je marge te bewaken zonder dat je investeringen volledig stilzet.
Wat dit voor jouw beslissing morgen betekent
Het gaat er niet om dat je blind moet investeren omdat de landelijke cijfers dat zogenaamd vragen. Het gaat erom dat je de keuze bewust maakt, in plaats van hem te laten gebeuren omdat onzekerheid nu eenmaal makkelijker voelt dan actie. Vraag je accountant om de cijfers van jouw branche uit het BiZ-benchmarkplatform, leg ze naast je eigen jaarrekening, en bepaal dan pas of die buffer moet blijven staan of eindelijk aan het werk mag. Bedrijven die dat nu doen, staan er over drie jaar niet slechter voor dan bedrijven die wachtten tot de onzekerheid vanzelf verdween. Die komt namelijk niet.